
Verkeer
De infrastructuur van de polder is relatief jong. Op een aantal plaatsen zijn grootschalige ontwikkelingen gekomen. Zoals bedrijfsterreinen, of woningbouw. De infrastructuur van deze grote nieuwe ontwikkelingen past vaak niet bij het oude polderpatroon. Het oorspronkelijke landschap gaat hierdoor verloren.
Daarbij komt dat die nieuwe ontwikkelingen voor een aantal problemen zorgen die om een oplossing vragen. De vernieuwing van de Westflank wil hier een antwoord op formuleren.
Oorspronkelijke polderwegen ontlasten
Een 'robuust' vervoersnetwerk is noodzakelijk, om de ontwikkeling van de Westflank mogelijk te maken. Maar ook om de cultuurhistorisch waardevolle 'polderlinten' van te veel verkeer te ontlasten. Met name de Spieringweg, de IJweg en de Hoofdvaart. Zo ontstaat meer ruimte voor de fietser en de wandelaar. Ook de Ringdijk kan recreatief aantrekkelijker worden als er minder autoverkeer op rijdt.
Beter onderscheid lokaal en regionaal verkeer
Waar moet dat autoverkeer dan naar toe?
In de toekomstschets wordt daarvoor duidelijker onderscheid gemaakt tussen lokaal verkeer en regionaal verkeer.
Voor het regionale verkeer moet de doorstroming beter. De verdubbeling van de N207 en de Nieuwe Bennebroekerweg en doortrekking van deze weg naar de N206 in de Bollenstreek dragen hieraan bij. Deze doorgaande wegen zorgen dat de kleine polderwegen minder druk worden. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de bestaande bruggen over de Ringvaart.
Lokaal komt er een nieuw wegenstelsel, tussen de polderlinten en het regionale netwerk in. Hier worden de nieuwe woningbouwlocaties op aangesloten.
De aanpak van de N207 wordt een zogenoemd 'strategisch project'. Daaruit blijkt de urgentie ervan. De verdubbeling en de mogelijke verplaatsing van de N205 tussen de N207 en de Nieuwe Bennebroekerweg wordt nog nader onderzocht.
Lees meer over verkeer en vervoer op de pagina over openbaar vervoer.
Daarbij komt dat die nieuwe ontwikkelingen voor een aantal problemen zorgen die om een oplossing vragen. De vernieuwing van de Westflank wil hier een antwoord op formuleren.
Oorspronkelijke polderwegen ontlasten
Een 'robuust' vervoersnetwerk is noodzakelijk, om de ontwikkeling van de Westflank mogelijk te maken. Maar ook om de cultuurhistorisch waardevolle 'polderlinten' van te veel verkeer te ontlasten. Met name de Spieringweg, de IJweg en de Hoofdvaart. Zo ontstaat meer ruimte voor de fietser en de wandelaar. Ook de Ringdijk kan recreatief aantrekkelijker worden als er minder autoverkeer op rijdt.
Beter onderscheid lokaal en regionaal verkeer
Waar moet dat autoverkeer dan naar toe?
In de toekomstschets wordt daarvoor duidelijker onderscheid gemaakt tussen lokaal verkeer en regionaal verkeer.
Voor het regionale verkeer moet de doorstroming beter. De verdubbeling van de N207 en de Nieuwe Bennebroekerweg en doortrekking van deze weg naar de N206 in de Bollenstreek dragen hieraan bij. Deze doorgaande wegen zorgen dat de kleine polderwegen minder druk worden. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de bestaande bruggen over de Ringvaart.
Lokaal komt er een nieuw wegenstelsel, tussen de polderlinten en het regionale netwerk in. Hier worden de nieuwe woningbouwlocaties op aangesloten.
De aanpak van de N207 wordt een zogenoemd 'strategisch project'. Daaruit blijkt de urgentie ervan. De verdubbeling en de mogelijke verplaatsing van de N205 tussen de N207 en de Nieuwe Bennebroekerweg wordt nog nader onderzocht.
Lees meer over verkeer en vervoer op de pagina over openbaar vervoer.

